Welzijnswet

Uit Wikiprebia
Ga naar: navigatie, zoeken

De Welzijnswet, officieel de Wet betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, is de Belgische basiswet op het vlak van de veiligheid en de gezondheid op het werk. Op 4 augustus 1996 trad de Welzijnswet in voege. Deze wet is een kaderwet: enkel de algemene principes worden beschreven en deze worden door uitvoeringsbesluiten (KB’s) verder concreet ingevuld.

De meeste uitvoeringsbesluiten van deze wet vormen de Codex over het welzijn op het werk. Bepaalde van deze besluiten zijn de omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijnen inzake preventie en bescherming van de veiligheid en gezondheid op het werk.

Inhoud

Geschiedenis

De Veiligheidswet, die de basis vormde voor het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming, was verouderd door de Europese kaderrichtlijn 89/391/EEG. Zij diende op 4 gebieden te worden aangepast:

  • de uitbreiding van het toepassingsgebied;
  • de multidisciplinaire aanpak van de diensten;
  • de deelname van de werknemers aan het in de onderneming gevoerde beleid;
  • een betere juridische omkadering van werk in onderaanneming.

In 1996 trad de Welzijnswet in voege als opvolger van de Veiligheidswet.

Verschilpunten met de Veiligheidswet

Domeinen

Het begrip welzijn wordt gebruikt in plaats van het vroegere veiligheid en gezondheid. Welzijn is veel ruimer en omvat de volgende domeinen:

Gebiedsomschrijving

Het is niet meer voldoende om enkel veiligheid en gezondheid te behandelen maar de toestand van de werknemer in zijn totaliteit wordt behandeld.

Uitbreiding toepassing

De wet geldt nu ook voor leerlingen die een studierichting volgen met een vorm van arbeid in de onderwijsinstelling en voor zelfstandigen die als derde werken in een onderneming. Hier moeten de verplichtingen contractueel geregeld worden. Ook familie-ondernemingen zijn niet meer uitgesloten.

Tijdelijke en mobiele werkplaatsen

De verhoudingen tussen de verscheidene betrokkenen bij het tot stand komen van een bouwwerk worden geregeld. Er dient een coördinator veiligheid en gezondheid aangeduid te worden, er dient een veiligheids- en gezondheidsplan te worden opgesteld.

Diensten voor Preventie en Bescherming

In de Welzijnswet wordt er een onderscheid gemaakt tussen Interne Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk en Externe Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk. Bestaande diensten veiligheid en arbeidsgeneeskundige diensten binnen een bedrijf worden omgevormd tot één enkele interne dienst. Verder kunnen erkende externe diensten opgericht worden waar naast de cel arbeidsgeneeskunde ook een cel risicobeheer dienen opgericht te worden om een multidiciplinaire werking te bekomen.

Strafsancties

Er worden nieuwe categorieën van personen strafbaar gesteld zoals opdrachtgevers van bouwwerken, aannemers, zelfstandigen en verantwoordelijken van externe diensten.

Structuur

De Welzijnswet bevat de in totaal 15 hoofdstukken:

  • Hoofdstuk I: Toepassingsgebied en definities
  • Hoofdstuk II: Algemene beginselen
  • Hoofdstuk IIbis: Specifieke bepalingen betreffende ondernemingen met bepaalde risicovolle activiteiten
  • Hoofdstuk III: Bijzondere bepalingen betreffende tewerkstelling op eenzelfde arbeidsplaats
  • Hoofdstuk IV: Bijzondere bepalingen betreffende werkzaamheden van ondernemingen van buitenaf
  • Hoofdstuk V: Bijzondere bepalingen betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen
  • Hoofdstuk Vbis: Bijzondere bepalingen betreffende geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk
  • Hoofdstuk VI: Preventie- en beschermingsdiensten
  • Hoofdstuk VII: De Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk
  • Hoofdstuk VIII: Het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk
  • Hoofdstuk IX: Aan de organen gemeenschappelijke bepalingen
  • Hoofdstuk X: Beroep bij de arbeidsrechtbanken
  • Hoofdstuk XI: Toezicht en strafbepalingen
  • Hoofdstuk XIbis: Maatregelen om de herhaling van ernstige ongevallen te voorkomen
  • Hoofdstuk XII: Slotbepalingen

Externe links

Persoonlijke instellingen